HET DAKWOORDENBOEK
Dakwoordenboek. Helder uitgelegd.
Een onbekend woord in uw offerte of dakrapport? Zoek de betekenis, lees een praktisch voorbeeld en klik door naar de bijbehorende werkzaamheden.
60 begrippen
- Aanbouwdak
- Het dak van een uitbreiding die aan het bestaande gebouw vastzit. De gevelovergang is onderdeel van het dakplan.Meer uitleg
- Afdekking
- Een beschermende beëindiging boven op bijvoorbeeld een muur, schoorsteen of dakrand.Meer uitleg
- Afschot
- De lichte helling waarmee water naar een afvoer wordt geleid.Meer uitleg
- Ballast
- Extra gewicht waarmee onderdelen van een dakopbouw op hun plaats worden gehouden, bijvoorbeeld grind. De belasting hoort bij de beoordeling van het systeem.Meer uitleg
- Bitumen
- Een materiaal dat wordt toegepast in dakbedekkingsbanen, onder meer voor platte daken.Meer uitleg
- Boeiboord
- De zichtbare bekleding langs de rand van een dak of overstek.Meer uitleg
- Condens
- Waterdruppels die ontstaan wanneer waterdamp afkoelt en vloeibaar wordt. Vocht binnen is niet automatisch een daklekkage.Meer uitleg
- Dakbeschot
- De dragende of ondersteunende beplating onder de verdere dakopbouw.Meer uitleg
- Dakdoorvoer
- Een onderdeel waarmee bijvoorbeeld een ventilatiebuis door het dak gaat.Meer uitleg
- Dakhelling
- De mate waarin een dakvlak schuin loopt. Deze speelt een rol bij de keuze van bedekking en details.Meer uitleg
- Dakinspectie
- Een beoordeling van bereikbare dakonderdelen, met bevindingen en eventuele vervolgstappen. Niet elk verborgen onderdeel is bij een gewone opname zichtbaar.Meer uitleg
- Dakkap
- De kapvorm en bijbehorende dakconstructie boven een gebouw.Meer uitleg
- Dakkapel
- Een uitbouw uit een schuin dak die extra ruimte en vaak daglicht geeft.Meer uitleg
- Dakopbouw
- Het geheel van lagen waaruit het dak bestaat, van ondergrond tot buitenste afwerking.Meer uitleg
- Dakoverstek
- Het deel van het dak dat voorbij de gevel uitsteekt.Meer uitleg
- Dakrand
- De buitenste beëindiging van het dakvlak, met de bijbehorende afwerking.Meer uitleg
- Daktrim
- Een profiel dat wordt gebruikt bij de randafwerking van dakbedekking.Meer uitleg
- Dakvlak
- Een aaneengesloten deel van het dak. Bij een offerte helpt benoeming per vlak om de opdracht af te bakenen.Meer uitleg
- Dampremmende laag
- Een laag die de doorgang van waterdamp beperkt; de juiste toepassing hangt af van de volledige dakopbouw.Meer uitleg
- Draagconstructie
- De constructieve onderdelen die het dak en de bijbehorende belastingen dragen. Beoordeling kan een constructeur vereisen.Meer uitleg
- EPDM
- Een synthetisch rubber dat onder meer als dakbedekking wordt gebruikt.Meer uitleg
- Felsnaad
- Een gevouwen verbinding tussen metalen platen, bijvoorbeeld bij een metalen dak.Meer uitleg
- Gootbeugel
- Een beugel die een dakgoot ondersteunt of bevestigt.Meer uitleg
- Gootuitloop
- De opening of aansluiting waar water vanuit de goot naar de afvoer gaat.Meer uitleg
- Groendak
- Een dak met een vegetatiesysteem boven een geschikte dakopbouw. Draagkracht, afwatering en onderhoud moeten in het plan worden meegenomen.Meer uitleg
- Hemelwaterafvoer
- De voorziening die regenwater van het dak afvoert.Meer uitleg
- Hoekkeper
- De uitwendige schuine lijn waar twee hellende dakvlakken samenkomen.Meer uitleg
- Isolatiewaarde
- Een waarde die iets zegt over de warmteweerstand van materiaal of een bouwdeel. Vraag welke waarde in een voorstel wordt bedoeld.Meer uitleg
- Kilgoot
- De gootvormige aansluiting waar twee aflopende dakvlakken bij elkaar komen.Meer uitleg
- Koudebrug
- Een plaats waar warmte gemakkelijker door een constructie stroomt dan via de aansluitende geïsoleerde delen.Meer uitleg
- Leien
- Kleine overlappende dakelementen die samen een dakvlak of gevelbekleding vormen.Meer uitleg
- Lekkageonderzoek
- Onderzoek naar de oorzaak van binnendringend water. De zichtbare vochtplek hoeft niet recht onder de opening in het dak te zitten.Meer uitleg
- Lichtkoepel
- Een lichtdoorlatend element boven een opening in het dak.Meer uitleg
- Lichtstraat
- Een groter lichtdoorlatend dakelement, vaak opgebouwd uit meerdere glasvlakken.Meer uitleg
- Loodslab
- Een strook lood die deel kan uitmaken van een aansluiting tussen bouwdelen.Meer uitleg
- Mansardedak
- Een dakvorm met een knik, waarbij het onderste deel steiler is dan het bovenste deel.Meer uitleg
- Meerwerk
- Werk buiten de eerder afgesproken opdracht; leg prijs en akkoord vooraf vast.Meer uitleg
- MJOP
- Meerjarenonderhoudsplan: een overzicht van verwacht onderhoud over meerdere jaren.Meer uitleg
- Nok
- De bovenste lijn waar twee hellende dakvlakken samenkomen.Meer uitleg
- Nokvorst
- Een dakelement waarmee de nok van een pannendak wordt afgedekt.Meer uitleg
- Noodoverloop
- Een aanvullende route waarlangs water bij een daarvoor ontworpen systeem kan wegstromen. De uitvoering hoort bij de beoordeling van de afwatering.Meer uitleg
- Noodreparatie
- Een tijdelijke maatregel die wordt besproken om een acute situatie te behandelen; definitief herstel kan apart nodig zijn.Meer uitleg
- Onderdak
- De laag of opbouw onder de zichtbare dakbedekking. De precieze uitvoering verschilt per daksysteem.Meer uitleg
- Opleverdossier
- De verzameling afspraken, foto’s, productgegevens en andere stukken na uitvoering.Meer uitleg
- Opstand
- Een omhoogstaand deel bij bijvoorbeeld een dakrand of een lichtkoepel.Meer uitleg
- Overlagen
- Nieuwe dakbedekking aanbrengen met behoud van bestaande lagen, wanneer de beoordeling en het systeem dat toelaten.Meer uitleg
- Panlat
- Een horizontale lat waarop dakpannen worden aangebracht.Meer uitleg
- Panprofiel
- De vorm van een dakpan, bijvoorbeeld vlak of gegolfd. Dit bepaalt mede het legbeeld en de aansluiting op hulpstukken.Meer uitleg
- PVC
- Polyvinylchloride: een kunststof die onder meer in dakbanen wordt toegepast. De geschikte opbouw volgt uit het gekozen systeem.Meer uitleg
- Regenpijp
- Een buis die regenwater vanaf de goot of dakafvoer naar beneden voert.Meer uitleg
- Renovatie
- Het vernieuwen of verbeteren van bestaande onderdelen. De precieze werkzaamheden horen in het voorstel.Meer uitleg
- Scope
- De afgesproken omvang en grenzen van de werkzaamheden.Meer uitleg
- Sierwerk
- Decoratieve onderdelen zoals patronen, ornamenten of belettering op of rond het dak.Meer uitleg
- Slabbe
- Een aansluitstrook bij een overgang tussen bouwdelen, bijvoorbeeld langs metselwerk en dakbedekking.Meer uitleg
- Tengel
- Een lat in de richting van het dakafschot, onderdeel van de opbouw onder panlatten.Meer uitleg
- VvE
- Vereniging van Eigenaars. Bij gezamenlijk dakwerk zijn besluitvorming, toegang en één contactpersoon belangrijke voorbereidingspunten.Meer uitleg
- Waterdichting
- De onderdelen en aansluitingen die samen bedoeld zijn om water buiten de betreffende bouwopbouw te houden.Meer uitleg
- Windbelasting
- De krachten die wind op een dak en de bevestiging van onderdelen uitoefent. De passende uitvoering moet op het gebouw zijn afgestemd.Meer uitleg
- Zijwang
- De zijkant van een dakkapel.Meer uitleg
- Zink
- Een metaal dat onder meer wordt gebruikt voor goten, afdekkingen en dakbekleding. Materiaal en aansluitingen worden samen beoordeeld.Meer uitleg